activa
Bezittingen (van een onderneming).

arbeidsdeling
(= arbeidsverdeling) Het splitsen van het productieproces in kleinere onderdelen waardoor de arbeidsproductiviteit kan worden vergroot.

centrale bank
Bank van de banken, die monetair beleid uitvoert, toezicht uitoefent op financiƫle instellingen, voor de uitgifte van bankbiljetten zorgt en de deviezenvoorraad (voorraad internationale betaalmiddelen) beheert.

depositogarantiestelsel
De garantie dat een deel van het door klanten gespaarde vermogen wordt terug betaald bij een faillissement van een bank.

directe ruil
(= ruil in natura) Ruil waarbij goederen zonder tussenkomst van geld rechtstreeks geruild worden tegen goederen.

eigen vermogen
Het door de eigenaren ingebrachte geld. Het eigen vermogen bestaat uit de waarde van de bezittingen van een persoon of bedrijf minus de schulden van die persoon of dat bedrijf.

fiduciair geld
Geld dat aanvaard wordt doordat men vertrouwen heeft dat er goederen en diensten mee gekocht kunnen worden.

girale kredieten
Banken scheppen giraal geld, waarbij chartaal geld als dekkingsmiddel fungeert. In de praktijk worden girale tegoeden niet volledig gedekt door chartaal geld, omdat slechts een klein deel van de tegoeden als kasgeld wordt opgevraagd.

indirecte ruil
Goederen worden geruild tegen geld.

institutionele beleggers
Bedrijven (pensioenfondsen en verzekerings-maatschappijen) die geld beleggen in bijvoor-beeld aandelen en vastgoed voor grote groepen beleggers.

intrinsieke waarde
Materiaalwaarde van een munt.

liquide
Letterlijk: vloeibaar. Economisch: Iemand is liquide als hij/zij in staat is aan alle direct opeisbare betalingsverplichtingen te voldoen.

nominale waarde
(= extrinsieke waarde) Waarde die op een munt of een bankbiljet vermeld staat.

passiva
Verschafte middelen waarmee de bezittingen zijn gefinancierd. Het vermogen van een onderneming.

ruil in natura
Zie directe ruil. Ruil waarbij goederen of diensten zonder tussenkomst van geld rechtstreeks geruild worden tegen goederen of diensten.

solvabel
Een bank is solvabel als er voldoende eigen vermogen tegenover het vreemd vermogen staat.

transactiekosten
Alle kosten die samenhangen met het tot stand komen en afwikkelen van een ruil.

wettig betaalmiddel
Bankbiljetten uitgegeven door de centrale bank moeten voor de betaling van schulden tot elk bedrag geaccepteerd worden.

*