arbeidsmigratie
Internationale mobiliteit van arbeid. Arbeiders trekken weg uit de landen waar weinig vraag naar hen is en toe naar de landen waar zij het meest nodig zijn.

arbeidsproductiviteit
De productie per persoon per tijdseenheid (bijvoorbeeld per uur of per arbeidsjaar).

concurrentiepositie
Het vermogen om beter en/of goedkoper te kunnen produceren dan de concurrenten.

dumping
Het exporteren van producten tegen een lagere prijs dan de kostprijs.

exportsubsidie
Subsidie aan binnenlandse producenten zodat ze kunnen concurreren met buitenlandse producenten.

infant industry-argument
Het beschermen van jonge binnenlandse industrieën.

innovatie
Vernieuwing van producten en/of productieprocessen.

internationale arbeidsverdeling
Het verschijnsel dat (bedrijven van) landen zich toeleggen op het produceren van goederen en diensten waar ze relatief goed in zijn of waar de voorwaarden om te produceren gunstig zijn.

internationale concurrentiepositie
De concurrentiepositie van bedrijven in een land ten opzichte van het buitenland. De mate waarin producenten in een land kunnen concurreren met het buitenland.

invoercontingent
(= invoerquotum)Maximale hoeveelheid goederen die mag worden ingevoerd.

invoerrechten
Belasting op geïmporteerde goederen die wordt doorberekend in de prijs.

kwaliteitseisen
Eisen die aan buitenlandse producten worden gesteld.

loonkosten per product
De loonkosten per arbeider gedeeld door de arbeidsproductiviteit.

open economie
Er is in verhouding tot het bbp veel buitenlandse handel.

protectionisme
Het beschermen van de eigen economie en werkgelegenheid met maatregelen ter bevordering van de export en belemmering van de import.

vrijhandel
Internationale handel zonder belemmeringen.

*