anticyclisch conjunctuurbeleid
Beleid van de overheid dat tegen de conjunctuurgolf ingaat om zo de conjunctuurschommelingen te dempen. Bij laagconjunctuur stimuleert de overheid de economie door de belastingtarieven te verlagen en/of de overheidsbestedingen te verhogen. Bij hoogconjunctuur worden de belastingtarieven verhoogd en/of de overheidsbestedingen verlaagd.
|
conjunctuurgolf
Geeft de afwijking van de effectieve vraag ten opzichte van de productiecapaciteit weer.
|
economisch herstel
(= opgaande conjunctuur) Periode waarin de bestedingen omhoog gaan.
|
effectieve vraag
(= totale bestedingen) De vraag die leidt tot bestedingen. De totale vraag naar goederen en diensten door gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland.
|
kapitaalgoederenvoorraad
(= kapitaalgoederen) Goederen die nodig zijn om andere producten voort te brengen. De totale waarde van de hoeveelheid kapitaalgoederen.
|
marktmechanisme
(= prijsmechanisme) De prijs en de verhandelde hoeveelheid van een product komt tot stand door het vrije spel van vraag en aanbod. Er wordt precies evenveel aangeboden als gevraagd.
|
multiplier
(= inkomensvermenigvuldiger) Als door een extra autonome besteding, bijvoorbeeld € 10 miljard, het bruto binnenlands product toeneemt met een veelvoud van € 10 miljard, bijvoorbeeld 2 × € 10 miljard, dan is 2 de multiplier.
|
totale bestedingen
(= effectieve vraag) ) Totale vraag naar goederen en diensten door gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland.
|
trendmatige groei
(= trend) De gemiddelde groei van het bbp over een langere periode.
|